|
IDFA - dzień trzeci
2007.11.25 Nasza Polonia
Władował
się nawet w autentyczne konflikty, kiedy i Pakistańczyk i Hindus zaczęli
ubiegać się o jego pomoc. Hindus potrzebował go jako tłumacza w szpitalu
a Pakistańczyk w tej samej chwili u swego adwokata. Biedak dwoił i troił
się żeby im dogodzić, nawet nie biorąc ze sobą kamery. Z całkowicie innej
beczki był drugi film 'Diary Film - I was 12 in 1956' - 'Film Dziennik
- W 1956 miałem 12 lat'. Reżyserom, Boglarce Edvy i Sandorowi Sillo, temat
jakby spadł z nieba. Dwaj szkolni koledzy w wieku 12 lat są w Budapeszcie
świadkami powstania węgierskiego w 1956 r. Obaj postanowili prowadzić
dziennik z tych wydarzeń. Jeden trafił do rąk reżyserów, o drugim tylko
wiedzieli. Odnalazł się kiedy film był już prawie gotowy. Jeden z tych
dzienników jest pełen rysunków, wykonanych przez chłopczyka podczas długich
spacerów po mieście. Rejestrował on rozwalone kamienice, spalone czołgi
i inne zniszczenia. Dzienniki oprócz tego oczywiście też pokazują życie
codzienne chłopców, jak na przykład ich lekcje gry na skrzypcach. Wszystko
bardzo interesujące, gdyby nie forma filmu, która okazuje się dość uciążliwa
dla widza. Teksty z dzienników przeplatane są - skądinąd ciekawymi - materiałami
archiwalnymi z wieców, bitw ulicznych, przemówień. I to wszystko tłumaczone.
Widz kręci więc tylko głową z lewa w prawo, aby nadążyć za napisami. Reżyserzy,
jak wyniknęło z dyskusji po filmie, zdają sobie sprawę z tego problemu,
ale uczciwie stwierdzili, że to może bardziej ich 'madziarska' dusza niż
praktyczne myślenie podyktowały formę. Jan Minkiewicz
IDFA - DAG DRIE
Op de derde dag van het festival had ik een hoop andere dingen te doen, dus heb ik maar twee films gezien. Voordat ik de eerste zal bespreken, moet ik eerst iets zeggen over een valkuil die gegraven is door de festivalorganisatoren. Op kaarten die bij de ingang van de bioscoopzaal worden uitgedeeld, kan je de desbetreffende film een waardering van 1 tot 7 geven voor de publieksprijs. Dit jaar kan je echter ook nog met pen aankruisen, of je niet juist die film verdenkt een fake te zijn, dus verzonnen en gespeeld. Want een zon film is dit jaar In het programma verborgen. Een echte uitdaging voor filmgekken! Hoewel ik nog maar een paar films gezien heb, het ik de 30-minuten durende 'Taylor' van de Spanjaard Oscar Perez even voor die 'fake-documentaire' aangezien. Eren piepklein kleermakerszaakje in Barcelona. De eigenaar is Pakistaan en zijn helper Indiër. Je wilt haast niet geloven, hoe eloquent en ironisch kleermaker Mohamed zijn klanten afbekt, wanneer hij weer eens in de berg plastic zakken met kleren iemands broek niet kan vinden. Zijn Indiase collega vertrekt, wanneer hij hem wil dwingen door te werken ondanks een zware griep, maar zijn nieuwe helper uit Bangladesh laat het ook afweten. Regisseur Perez verzekerde echter, dat alles echt was. Het winkeltje was zo klein, dat hij met zijn voet klanten opzij moest duwen, omdat zij zijn camera dreigden om te gooien of af te dekken. Hij kwam ook nog midden in echte ruzies terecht, toen en de Pakistani en de Indiër zijn hulp wilden. De laatste had hem nodig als tolk in het hospitaal, de eerste bij zijn advocaat. De arme Perez deed wat hij kon om hen te helpen en nam niet eens zijn camera mee onderweg. Totaal anders was de tweede film 'Diary Film - I was 12 in 1956'. De regisseurs Boglarca Edvy en Sandor Sillo kregen het onderwerp als uit de hemel aangereikt. Twee klasgenoten van twaalf zijn in Budapest getuige van de Hongaarse opstand van 1956. Beiden besluiten een dagboek te schrijven. Het ene dagboek kwam in handel van de regisseurs, van het tweede wisten ze alleen af. Dat kwam boven water toen de film bijna af was. Een van de dagboeken staat vol met tekeningen, gemaakt door de jongen tijdens lange wandelingen door de stad. Hij tekende verwoeste huizen, verbrande tanks en andere vernielingen. De dagboeken gaan uiteraard ook over hun eigen leven, bijvoorbeeld vioollessen die zij volgen. Allemaal heel interessant, ware het niet dat de vorm nogal vermoeiend is voor de kijker. De teksten uit de dagboeken zijn vervlochten met overigens heel interessant archiefmateriaal van demonstraties, straatgevechten, toespraken. En dat alles is vertaald. De kijker draait dus voortdurend met zijn hoofd van links naar rechts om maar alle ondertitels te kunnen lezen. De regisseurs zeiden in de discussie na de film bewust te zijn van dit probleem. Maar eerlijk voegden ze er aan toe, dat ze de film wellicht meer met hun Hongaarse ziel, dan met oog op praktische zaken vorm gegeven hadden.
Jan Minkiewicz
|